Mollard

ED6439DB-805F-427B-ACDC-E8257B7B189F

4F409FDB-0F6D-4A93-AC2D-B9ABFC561A1D

Restaurant Mollard, tegenover Gare St Lazare, met het interieur uit 1895, waar obers vakmannen zijn die alles in de gaten houden, het vlees trancheren, de flensjes flamberen en je glas bijschenken. Zoals dineren in een restaurant bedoeld is.

MAD

 

97D98D5A-CF96-4006-8D70-262D3BDCC1A8

In een 18de eeuwse donker houten paneelkamer, zo een als er nu -leeg- ook in het Rijksmuseum te zien is, staat deze feestelijke tafel opgesteld.

In een reeks voorbeeldige opstellingen toont het net heropende Musée d’Arts Décoratifs (MAD) in een vleugel van het Louvre de geschiedenis van (vooral) Franse vormgeving op alle terreinen. Van een slaapkamer uit de Middeleeuwen tot de Mondriaan jurk van Yves Saint Laurent.

In a series of exemplary exhibits, the newly reopened Musée d’Arts Décoratifs (MAD) in a wing of the Louvre shows the history of (mostly) French design in all areas. From a bedroom from the Middle Ages to the Mondriaan dress by Yves Saint Laurent.

 

 

En in de hoge hal is nu een tentoonstelling gebouwd met het alle disciplines beslaande oeuvre van de Italiaanse ontwerper Gio Ponti (1891-1979). Ik kende hem alleen van de Pirelli toren in Milaan, en van zo’n ranke eetkamerstoel, maar hij ontwierp espresso-machines, gordijnen, een kathedraal, behang, keramiek, klokken, fresco’s, universiteiten, bestek, hotels en bedacht in 1928 het vormgevings-magazine DOMUS, dat nog steeds bestaat.

And now an exhibition has been built in the high hall with the all disciplines of the Italian designer Gio Ponti (1891-1979). I only knew him from the Pirelli tower in Milan, and from such a slender dining room chair, but he designed espresso machines, curtains, a cathedral, wallpaper, ceramics, clocks, frescoes, universities, cutlery, hotels and invented in 1928 the design -magazine DOMUS, which still exists.

 

IMG_7813

IMG_7814

 

 

Hier wil ik wel eens naar toe: het Hotel Parco dei Principi (1960) in Sorrento, waar alles is uitgevoerd in de kleuren blauw en wit en elke kamervloer voorzien is van een ander tegelpatroon. Ongelooflijk fris, helder en optimistisch.

Here I want to go: the Hotel Parco dei Principi (1960) in Sorrento, where everything is done in the colors blue and white and each room floor is decorated with a different tile pattern.
Incredibly fresh, clear and optimistic.

 

 

 

 

IMG_8090

IMG_7799

 

IMG_7795

 

 

 

 

Netsuke

 

IMG_8029

 

Achter de doorgaans gesloten luiken van dit huis, 59 Avenue Foch, schuin tegenover het appartement van Maria Callas, is een bijzonder museum gevestigd.
In de tweede helft van de negentiende eeuw -Japan is nog maar net opengesteld- verzamelde het echtpaar Clémence en Adolphe d’Ennery objecten uit China en Japan en liet in 1875 dit huis bouwen om die verzameling onder te brengen. Een huis op maat en ongewijzigd sinds 1892, toen besloten werd het in zijn geheel na te laten aan de staat en toen al open te stellen voor het publiek. Een beetje donker en stoffig;  een duizelig makende collectie van duizenden voorwerpen uit het Verre Oosten in speciaal vervaardigde vitrines en kasten. De meeste zijn gevuld met meer dan 300 netsuke’s, het Japanse kleinood dat als knoop diende voor het koord om de kimono waaraan een klein tasje hing – een kimono heeft geen zakken.

In The hare with amber eyes, van Edmund de Waal, beschrijft hij zijn familiegeschiedenis aan de hand van de 294 netsuke’s die hij erfde, en die in diezelfde periode verzameld werd door zijn oud oom Charles Ephrussi, ook woonachtig in Parijs. Ik vroeg me meteen af hoe dat toen gegaan is, het nog schaarse goed en die fanatieke verzamelaars.

Beide zijn dus nog intact, éen collectie na omzwervingen in Londen en de ander op de plek waar het bijeenkwam, door ons te bezoeken op zaterdagmorgen tussen 11.30 en12.30 na aanmelding via dit mailadres: resa@guimet.fr

 

4CFBA807-AC74-43CB-9674-91C40788FF2D

 

Behind the closed shutters of this house, 59 Avenue Foch, diagonally opposite the apartment of Maria Callas, a special museum is located.
In the second half of the nineteenth century -Japan was only just opened- Clémence and Adolphe d’Ennery collected objects from China and Japan and had this house built in 1875 to accommodate this collection.
A house tailor-made and unchanged since 1892, when it was decided to leave it in its entirety to the state and then open it to the public. A bit dark and dusty; a dizzying collection of thousands of objects from the Far East in specially made showcases and cabinets. Most are filled with more than 300 netsuke’s, the Japanese gem that served as a knot for the cord around the kimono on which a small bag hung – a kimono has no pockets.

In The hare with amber eyes, by Edmund de Waal, he describes his family history on the basis of the 294 netsuke’s that he inherited, and which was collected in the same period by his former uncle Charles Ephrussi, also living in Paris. I immediately wondered how that went then, the scarce good and those fanatical collectors.

Both are still intact, one collection in London and the other at the place where it came together, to be visited by us on Saturday mornings between 11.30 and 12.30 after registration via this address: resa@guimet.fr

 

 

AC7E5039-A38F-42E3-8F5D-CBDB5BB15047

4FAE82B7-FE1E-4FCF-8873-49F672266938

33CDBD88-6065-421D-BD79-8A5DF7A569D7

 

 

De retour à Paris

 

D7C21967-FE78-435D-8DFE-DEDB3790AE7B

C3C0F964-C964-40D9-98B1-81A3EAA60A0A

 

‘La boucle est bouclée’, de cirkel is rond. Galerie Jean Brolly toonde het eerste grote werk dat ik in Parijs maakte, Lépicerie du monde, op de nieuwe beurs Bienvenue. Het hing -net als het werk in Amsterdam in de Westergasfabriek- op een ruime, centrale plek meteen bij binnenkomst.

‘La boucle est bouclée’, the circle is round. Galerie Jean Brolly showed the first major work I made in Paris, L’épicerie du monde, at the new Bienvenue artfair.
It hung – just like the work in Amsterdam in the Westergasfabriek – in a spacious, central location immediately upon entry.

 

 

 

 

 

 

 

Ik heb in de twee weken die ik in Parijs verbleef weer zoveel fantastische tentoonstellingen gezien dat ik besloot mijn blog nog maar even te continueren. Om het een beetje te delen. Van oplossingen voor het sokkelprobleem tot wandtapijten over de Brexit, van een zorgvuldig gereconstrueerd appartement uit Marseille tot de eerste outsider artist uit de zeventiende eeuw.

Binnenkort!

 

I have seen so many fantastic exhibitions in the two weeks that I stayed in Paris that I decided to continue my blog for a while. To share it a bit. From solutions to the pedestal problem to tapestries about the Brexit, from a carefully reconstructed Marseille apartment to the first outsider artist of the seventeenth century.

Soon!

 

72C241CC-CDDE-45A7-86D1-011288F68FCD

At home

TWELVE SCISSORS artonpaper.jpg

 

Dat het laatste werk dat ik in Parijs maakte meteen getoond kon worden in Amsterdam,  op de Art on Paper beurs, was een geweldige kans. In een royale, centrale stand van Witteveen Visual Arts, geflankeerd door een werk dat ik in 2014 maakte, waarin ik voor het eerst iets citeerde van Matisse.

That the last piece I made in Paris could be shown right away in Amsterdam at the Art on Paper fair, was a great opportunity. In a generous, central stand of Witteveen Visual Arts, flanked by a work I made in 2014, in which I quoted Matisse for the first time.

 

aahenri en charley 2014.jpg
Henri and Charley – 2014 – 89 x 60 cm – private collection

 

 

 

013.-Het-atelier-van-Giorgio-Morandi-50-x-50-cm-potlood-op-papier-2011-kopie-768x768.jpg
Het atelier van Giorgio Morandi – 2011- 50 x 50 cm

 

Iets verderop bij Galerie Rob de Vries waren potloodtekeningen te zien van Florette Dijkstra, die me altijd intrigeren. Zij portretteert al veel langer werkruimtes van kunstenaars, wat een mooi onderwerp zou kunnen zijn voor een tentoonstelling.

Slightly further away, Gallery Rob de Vries showed pencil drawings from Florette Dijkstra, who always intrigue me.
She has been portraying artists’ workspaces for many years, which could be a good subject for an exhibition.

 

017.-Het-atelier-van-Eva-Hesse-potlood-op-papier-50-x-65-cm-2016small-768x650.jpg
Het atelier van Eva Hesse – 2016 – 50 x 65 cm

 

004.-werkkamer.jpg
Een schrijver werkt – 50 x 50 cm – 2008

Harvest

L'épicerie du monde-paris.jpg

 

Het zit er op. Een half jaar Parijs, mogelijk gemaakt door het Mondriaanfonds en mevrouw Wilma Holsboer, die na een spaarzaam bestaan in 1996 haar vermogen van 300.000 gulden naliet aan het Institut Néerlandais, dat daarmee ‘een eeuw lang het recht op gebruik’ kocht van dit fantastische atelier in de Cité.
Parijs, waar een dik pak sneeuw lag toen ik aankwam, met zo’n hoge waterstand in de Seine dat er nergens een kade te zien was. Dezelfde kade die nu ‘Paris Plage’ heet, met strandstoelen, schommels, flipperkasten, koffietentjes en een trompetspeler. Parijs dat veel prettiger was om in te wonen dan ik dacht, met mijn koga miyata van de fietsenmaker in het dorp waar ik opgroeide.
De wereldstad met allure, met twee geweldige operahuizen waar ik vijf opera’s zag, met een Philharmonie, met honderden tentoonstellingen, de mooiste musea, die je nooit allemaal bekijken kunt. Met een aantal heel aardige mensen om me heen;  veel kunstenaars, een zangeres, een curator/recensent/tourleider, liefhebbers van kunst, een galeriehouder en zijn assistent, winkeliers, een receptioniste en een schrijver en zijn vrouw. Met marktkramen waar de klanten zélf naast je in de rij de verrukkelijke waar aanprijzen. Met een kruidenierszaak die iedere Parijzenaar die van koken houdt kent, omdat je daar nog vindt wat je nergens anders krijgen kunt. Een zaak die op de tweede dag van mijn verblijf mijn muze werd. Om de veelkleurige liefde van presenteren. Waar potjes steeds weer anders op de schappen staan, de compositie voortdurend verandert. Dat heb ik vastgelegd in 20 losse delen, die als totaal getoond wordt, maar per gouache verkocht. Een stukje van de winkel, met een door de galerie uitgegeven catalogus.

 

‘L’épicerie du Monde’ is te zien op de kunstbeurs ‘Bienvenue’ met
Galerie Jean Brolly, in de tentoonstellingsruimte van Cité Internationale des Arts,
van 15 tot en met 27 oktober. Opening maandag 15 oktober om 18.00 uur.

combi.jpg

 

 

Harvest

It’s done. Half a year Paris, made possible by the Mondriaan Fund and Mrs Wilma Holsboer, who after a frugal life in 1996 left her inheritance of 300.000 guilders at the Institut Néerlandais, which bought ‘the right to use for a century’, of this fantastic studio in the Cité.
Paris, was in snow when I arrived, with a Seine so high that there was nowhere a quay to be seen. The same quay that is now called ‘Paris Plage’, with beach chairs, swings, pinball machines, coffee shops and a trumpet player. Paris that was much nicer to live in than I thought, with my koga miyata from the bicycle repair shop in the village where I grew up.
The metropolis with allure, with two great opera houses where I saw five operas, with a Philharmonie, with hundreds of exhibitions, the most beautiful museums, which you can never see all. With some very nice people; many artists, a singer, a curator / critic / tour leader, lovers of art, a gallery owner and his assistant, shopkeepers, a receptionist and an author and his wife.
With market stalls where customers next to you in line recommend the delicious goods . And there was a grocery store that every Parisian who loves cooking 
knows because there you still find what you can not get anywhere else. The shop became my muse on the second day of my stay here. Because of the care with which they present their wares. Where jars change position on the shelves, the multicolored composition constantly differs.
I have portrayed this miraculous shop in 20 separate parts, which will be shown  as a total, but  sold individually. With a catalog, published by the gallery.

tabasco 140 x 40cm.jpg  ortiz.111x40,5 cmjpg.jpg    mutti.jpg

 

kub.jpg      utopia.jpg

 

‘L’épicerie du Monde’ can be seen at the art fair ‘Bienvenue’ with
Galerie Jean Brolly, in the exhibition space of Cité Internationale des Arts,
from 15 to 27 October. Opening Monday, October 15 at 6 pm.

 

En dan was er Matisse, die ik hier beter heb leren kennen. Over wie ik een werk wilde maken, waarmee ik terugkeerde naar het interieur. Een samengesteld werk, zoals mijn laatste voor het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis. Een collage van verschillende delen van zijn ateliers; het bed waaraan hij de laatste jaren van zijn leven gekluisterd was, de lange stok waaraan het tekenkrijtje bevestigd was, de philodendron die hem jarenlang inspireerde in het knipwerk. De maquette van de kapel in Vence, het beeld ‘De slaaf’ dat hij in 1903 maakte, toen hij nog zwaar onder invloed stond van Rodin. De boeken in het nachtkastje verwijzen naar zijn helden, waarvan Renoir, Courbet en Cezanne de belangrijkste waren. De vazen uit zijn stillevens, steeds weer anders waargenomen en de kooi voor zijn duiven, waarvan hij er op een gegeven moment wel honderd had. Ik vond een pracht boek waarin alle knipsels opgenomen zijn die als left-overs op de grond waren blijven liggen, gevonden na zijn dood. In het boek vertellen zijn assistenten-van-toen hoe ze ‘s morgens de gouache vellen schilderden. Eén deed dat vooral transparant, de andere lekker dik in de verf. Ze vertelden over zijn scharen, die als penselen voor hem waren en gekoesterd werden. Hij had er op het laatst twaalf, van hele fijne naaischaartjes voor het precieze werk tot grote textielscharen voor de grove knipsels. In het boek trof ik een (kleuren-)foto die ik nooit eerder zag; Matisse voor een wand vellen, klaar om de schaar in te zetten. En juist trof ik een recente aanwinst in Centre Pompidou; de eerste studie voor het glas-in-loodraam voor de kapel in Vence, Jérusalem Céleste, met vellen zoals ik ze een week geleden schilderde en als laatste een plaats gaf in dit werk.

 

‘Twelve Scissors’ zal getoond worden in de stand van Witteveen Visual Art, in de ‘Art on Paper’ beurs in de Westergasfabriek in Amsterdam, van 13 tot en met 16 september.
Opening donderdag 13 september om 17.00 uur.

 

Erik Mattijssen -Twelve Scissors.jpg
‘Twelve Scissors’ – gouache, potlood en pastelkrijt op papier 240 x 430 cm

 

 

Jerusalem first design.jpg
Henri Matisse – Jérusalem céleste – 1948

 

vellen.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

And then there was Matisse, whom I got to know better here. I wanted to make a work about him, with which I returned to the interior. A composite work, like my last one for the Antoni van Leeuwenhoek hospital in Amsterdam. A collage of different parts of his workshops; the bed to which he had been confined the last years of his life, the long stick on which the crayon was attached, the philodendron that inspired him for years in the cut-outs. The model of the chapel in Vence, the statue ‘The slave’ that he made in 1903, when he was still under the influence of Rodin. The books in the bedside table refer to his heroes, of which Renoir, Courbet and Cezanne were the most important. The vases from his still lifes, always perceived differently and the cage for his pigeons, of which he had a hundred at one point.
I found a beautiful book in which all the cuttings that had been left on the floor were found after his death. In the book, assistants-from-then tell how they painted the gouache sheets in the morning. One did that mainly transparent, the other opaque in the paint. They told about his scissors, who were like brushes to him and were cherished. He had twelve, very small tailor-scissors for the precise work and large textile scissors for the rough cuttings.
In the book I saw a (color) photo that I never saw before; Matisse in front of a wall full of paper-sheet, ready to be cut. And I just found a recent acquisition at Centre Pompidou; the first study for the stained-glass window for  the chapel in Vence, Jérusalem Céleste, with the use sheets as I painted them a week ago and gave a place in this work as the final step.

‘Twelve Scissors’ will be shown at the stand of Witteveen Visual Art, in the ‘Art on Paper’ fair in the Westergasfabriek in Amsterdam, from 13 to 16 September.
Opening Thursday, September 13 at 17:00.

 

 

 

Château

IMG_4800.jpg

IMG_4813.jpg

 

Een magische plek, het  kasteel en de tuinen van Vaux-le-Vicomte.
Gebouwd en aangelegd in de zeventiende eeuw werd het een oefening voor een nog veel grotere ambitie; Versailles, waar de magie verdwenen is. Met vrienden en een picknicktas vol lekkers in de langzaam donker wordende tuinen. De strakke weidsheid, perspectivische vertekeningen die je verwarren, water, elegante buxus-patronen, fonteinen, grotten en een glanzend gouden Hercules van ongekende proportie. Het gesamtwerk halverwege de zeventiende eeuw tot stand gebracht door architect Louis Le Vau, decorateur Charles Le Brun en tuinarchitect André Le Notre. De grootste verrassing bij aankomst was dat je dwars door het kasteel heenkijkt, alles in perfecte symmetrie en harmonie, streng, hard en puur.

 

IMG_4865.jpg

A magical place, the castle and the gardens of Vaux-le-Vicomte, built in the seventeenth century which became an exercise  for an even greater ambition; Versailles, where the magic has disappeared. With friends and a picnic bag full in the slowly darkening gardens, not to be photographed. The tight expanses, perspectival distortions that confuse you, water, elegant boxwood patterns, fountains, caves and a shiny golden Hercules of unprecedented proportions.
The mid-seventeenth-century ‘gesamtwerk’ brought about by architect Louis Le Vau, decorator Charles Le Brun and garden architect André Le Notre.
The biggest surprise on arrival was that you look straight through the mansion, everything in perfect symmetry and harmony, strict, hard and pure.

 

IMG_4858.jpg