101 portraits

IMG_6995

 

 

Vrijdag 16 februari

 

101 pastelkrijtportretten

 

In 2014 wordt op een zolder in het dorpje Sépey in Zwitserland een dagboek gevonden. Het behoorde toe aan de kunstenaar Eugène Burnand (1850-1921). Deze schilder kreeg in 1917 van de –officieel- neutrale Zwitserse regering, maar in praktijk pro-Duits, de opdracht Duitse krijgsgevangenen in Frankrijk te gaan bezoeken om verslag uit te brengen van de omstandigheden waarin zij verkeerden. Hij gaf –daar aangekomen- zijn opdracht terug wat tot inbeslagname van zijn paspoort leidde. Hij werd ziek, kon geen kant op en besloot de soldaten te gaan portretteren die ondergebracht waren in barakken in de buurt van zijn appartement in Parijs. Later reisde hij naar Montpellier en Marseille, omdat er troepen naar toe werden gezonden om uit te rusten en te herstellen van het oorlogsgeweld. Daar – op een kruk, ‘knie tegen knie’, zoals hij in zijn dagboek schrijft-, tekende hij de meeste portretten. Het project dat hij in Parijs begonnen was, werd al groter.
Zijn sympathie lag bij de Fransen, met alle uit de koloniën afkomstige landgenoten; mannen uit Algerije, Tunesië, Marokko, maar ook uit Pakistan en China, Groot Brittannië en de Verenigde Staten. Uiteindelijk eerde hij in 101 gelijkwaardige portretten alle rangen en standen; van soldaat tot officier, van verpleegster tot marinier. Zwarte soldaten mochten van de Amerikanen geen wapens dragen, witte Franse officieren heersten over de koloniale troepen, maar voor Burnand waren ze allemaal gelijk.

Het museum heeft de tekeningen sinds 1924 in bezit en heeft sindsdien moeite gedaan zoveel mogelijk namen te achterhalen. Bij deze tentoonstelling in het Musée Légion d’Honneur, zit bij de begeleidende brochure nog steeds de vraag of nazaten die iemand menen te herkennen, zich willen melden.

Ik vond het een aangrijpende tentoonstelling. De suppoost vertelde me dat veel mannen terugkeerden en de dood vonden op het slagveld. Anderen overleefden en bleven met de schilder bevriend, tot zijn dood in 1921.

De koppeling van al die portretten aan de militaire onderscheidingen uit alle landen, die in de vitrines voor de portretten lagen, maakte het extra wrang.
Het deed me denken aan een documentaire die ik ooit zag over het Amerikaans militair hospitaal in Bagdad, waar filmers voor het eerst toegang kregen. Zij waren getuige van een ceremonie waar een van de zwaar gewonde militairen op een rood kussentje een medaille aangereikt kreeg, die hij niet kon oppakken omdat hij zijn armen verloren had.

De gruwelen van oorlog, van alle tijden.

 

 

IMG_7036IMG_6997IMG_7035IMG_7032IMG_7015IMG_7012IMG_7005IMG_7019IMG_7017IMG_6999

IMG_7007